steen

Vertalingen

steen

Stein, Backstein, Gemme, Ziegel, Ziegelstein, Felsstone, gem, jewel, rock, brick, nuggetpierre, brique, calcul, caillou, pierre précieuse, roche, rocherλίθος, βράχος, πέτραroca, piedraкамень, камешекgemma, pietra, sassoحَجَر, صَخْرkámenstenkivikamen, kamenčić돌, 암석steinkamień, kamykpedrastenหินtaşđá石块, 石头, Камък (sten)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud stenen
1. stuk van heel hard materiaal Er liggen veel stenen op de weg die van de berg losgeraakt zijn.
meewerken aan (iets)
2. onderdeel bij bepaalde spellen dominosteen damsteen
3. aldoor erg klagen