steeds

Vertalingen

steeds

immer, allemal, allzeit, fortwährend, jederzeit, stetsalways, evertoujours, en tous temps, constammentπάνταognora, sempre (stets)
bijwoord
1. elke keer weer De eisen worden steeds strenger.
2. tot op dit moment 's avonds nog steeds bezig zijn met je werk Hij is nog steeds vrijgezel.