staart

Vertalingen

staart

Schwanz, Bürzel, Fahne, Lunte, Rute, Schleppe, Schweif, Sterz, Wedel, kaudaltailqueue, tresseذَيْلocashaleουράrabo, colahäntärepcoda꼬리haleogonrabo, caudaхвостsvansหางkuyrukcái đuôi尾巴, זנב (start)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
1. lichaamsdeel onderaan de rug van een dier een hond met een lange staart
2. bos samengebonden haar van achteren een staartje hebben
3. achterste deel van (iets) de staart van een stoet