sprookje

Thesaurus

sprookje:

verzinselsprookjesverhaal,
Vertalingen

sprookje

Märchen, Erzählungfairy tale, fairytale, taleconte, histoire, conte de fées, récitحِكَايَة, حِكَايَةٌ خُرافِيَّةpohádka, příběheventyr, fortællingμύθος, παραμύθιcuento de hadas, cuentosatu, tarinabajka, pričafiaba, storiaおとぎ話, 話동화, 이야기eventyr, historiebajka, opowieśćconto de fadas, contoсказкаberättelse, sagaเรื่องเล่า, นิทานเทพนิยายmasal, peri masalıcâu chuyện, chuyện cổ tích故事, 童话Приказка (ˈsprokjə)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -s
1. oud verhaal met personen en dingen die in het echte leven niet bestaan sprookjesfiguren zoals heksen en reuzen de sprookjes van Grimm
dat is zo mooi dat het bijna niet waar kan zijn
2. iets dat zo mooi of goed is dat het bijna niet echt is Het uitzicht op zee met al die lichtjes is een sprookje.