sprong

Vertalingen

sprong

Sprungjump, leap, boundsaut, bond, élanالقفزskoksaltoskočit점프 (sprɔŋ)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
keer dat je springt (1) een hoge sprong
daad waarvan je de gevolgen niet weet Nu een besluit nemen is een sprong in het duister.
in korte tijd sterk vooruitgaan Als we nog één grote sprong maken zijn we onze concurrenten de baas.