| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.769.096.563 Bezoekers. |
|
springen |
0,01 sec. |
|
springen ww springen (sprong enk ovt; volt deelw) [ˈsprɪŋə(n)]
1 (is, heeft gesprongen volt deelw) je met je benen tegelijk omhoog bewegen over een hek springen 2 (is gesprongen volt deelw) plotseling in genoemde toestand komen Het stoplicht springt op rood. 3 (is gesprongen volt deelw) plotseling en met een hard geluid kapotgaan De ramen zijn door de hitte van de brand gesprongen. in het oog springen opvallen eruit springen opvallen Die jongen springt er door zijn lengte echt uit. zitten springen om (iets of iemand) hard nodig hebben We zitten te springen om personeel. Vertalingen springen bersten, einreißen, explodieren, platzen, reißen, springen, zerplatzen, zerspringen springen saltar springen saltare, lancio, saltellare springen poskočit, skočit springen hoppe, springe springen hypähtää, hypätä springen skočiti springen 跳ねる, 跳びはねる springen 뛰다 springen hoppe springen przeskoczyć, skoczyć springen прыгать springen hoppa, språng springen กระโดด springen nhảy Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|