spot

Vertalingen

spot

Hohn, Spott, Spottenmockery, contumely, spotsimulacre, malice, moquerie, spot, dérisionスポット现货място現貨spot (spɔt)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -s
1. iets waarmee je iets of iemand belachelijk maakt De leerlingen dreven de spot met hun leraar. Hij is het mikpunt van spot en wordt altijd gepest.
2. lamp die fel en gericht licht geeft een spotje richten op een foto aan de wand
3. korte reclame op de radio of tv reclamespot