spitten

(doorverwezen van spitte)
Vertalingen

spitten

graben, wühlenspade, dig, grub, fork overcreuser, bêcherbadile, vanga (ˈspɪtə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd spitte , voltooid deelwoord heeft gespit
(grond) met een schep om en om scheppen de tuin spitten