spit

Vertalingen

spit

(spɪt)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -ten, speten
metalen staaf om vlees te roosteren kip aan het spit

spit

broche, coup de bêche, lumbagospit (spɪt)
zelfstandig naamwoord de, o meervoud
medisch plotselinge heftige pijn onder in je rug