| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 3.898.423.402 Bezoekers. |
spannen |
0,01 sec. |
|
|
spannen ww spannen (spande enk ovt; heeft gespannen volt deelw) [ˈspɑnə(n)]
1 (van kleren) erg nauw zitten Je broek spant op je billen. 2 (iets) strak trekken een snaar spannen je spieren spannen Het spant erom. het is erg onzeker of iets net wel goed gaat of net niet Vertalingen spannen anspannen, aufziehen, ausspannen, spannen, straffen, vorspannen spannen atteler, bander, raidir, remonter, serrer, tendre, accoupler, armer, coller, être (tout) juste spannen усилия spannen המאמצים spannen 努力 spannen 노력 spannen insatser spannen جهود spannen προσπάθειες spannen 努力 spannen 努力 spannen úsilí spannen indsats spannen esfuerzos spannen sforzi spannen усилия spannen esforços Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken |
|---|