spaarpot

Thesaurus

spaarpot:

spaarvarken
Vertalingen

spaarpot

tirelirepiggy bankalcancía, hucha (ˈsparpɔt)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -ten
voorwerp waarin je contant spaargeld bewaart Dit stenen varkentje is een spaarpot: er zit een gleuf in.