spaak

Vertalingen

spaak

(spak)
zelfstandig naamwoord meervoud spaken
dunne metalen staaf van het midden van een wiel naar de buitenkant de spaken van je fiets

spaak

Hebel, Winde, Speichecrowbar, spoke, beam, rayrayon, levierpalanca, radio de una rueda, rayo de una ruedaraggio, traversaشُعَاعُ العَجَلَةpaprsekegeακτίνα τροχούpyörän puolažbicaスポーク스포크eikeszprycharaio, raio de rodaспицаekerซี่ล้อรถjant telicái nan hoa轮辐 (spak)
bijwoord
verkeerd gaan De onderhandelingen zijn spaak gelopen.