sok

Vertalingen

sok

Socke, Halbstrumpf, Muffesockchaussette, manchonκάλτσαcalcetín, mediameiaносокcalzetta, picchiare, calzinoجَوْرَبٌ قَصِيرponožkasoksukkasoknaソックス양말sokkskarpetasockaถุงเท้าçoraptất袜子 (sɔk)
zelfstandig naamwoord meervoud -ken
kledingstuk voor je voet en het onderste deel van je onderbeen
(iemand) ondersteboven rijden Ik ben op mijn fiets van de sokken gereden door een passerende auto.