soepel

Vertalingen

soepel

elastisch, federndelasticsouple, élastique, flexible, aisé, aisément, avec souplesse, agile, léger/légère, légèrement, moelleux, mou/mol/molleelàstico (ˈsupəl)
bijvoeglijk naamwoord
1. stijf als je iets makkelijk kunt buigen of bewegen soepele spieren schoenen van soepel leer
2. als iets makkelijk gebeurt een soepele afschaffing van de hypotheekrenteaftrek
3. als iemand zich makkelijk aanpast aan anderen of de situatie, of als iets daar blijk van geeft je soepel opstellen een soepele toepassing van de regels