| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.780.378.464 Bezoekers. |
|
soepel |
0,01 sec. |
|
soepel bn soepel [ˈsupəl]
1 als je iets makkelijk kunt buigen of bewegen;= buigzaam; stijf soepele spieren schoenen van soepel leer 2 als iets makkelijk gebeurt een soepele afschaffing van de hypotheekrenteaftrek 3 als iemand zich makkelijk aanpast aan anderen of de situatie, of als iets daar blijk van geeft;= flexibel je soepel opstellen een soepele toepassing van de regels Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|