smeerlap

Thesaurus

smeerlap:

viezerikzwijn,
Vertalingen

smeerlap

Wichtcochon, vache, ordurepig (ˈsmerlɑp)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -pen
1. iemand die vuil is of vieze dingen doet Je zit onder de vlekken. Je bent een smeerlap. Hij kijkt stiekem naar blote vrouwen. Wat een smeerlap!
2. iemand die gemene streken uithaalt Wat een smeerlap!