slot

Vertalingen

slot

Schloß, Agraffe, Burg, Ende, Endung, Kastell, Spange, Verschlußlock, castle, hook, clasp, end, ending, terminateserrure, agrafe, château, fin, bout, château (fort), clôture [commerce], conclusion, fermoir, verrouзамокgancio, termine, serraturaقِفْلٌzámeklåsκλειδαριάcerradura, finallukkobrava자물쇠låszamekfechadura, finallåsกุญแจkilitkhóa cửa (slɔt)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -ten
1. apparaat waarmee je iets kunt afsluiten de deur op slot doen je fiets op slot zetten hangslot
in de gevangenis
2. groot, sterk gebouw met torens slotgracht
3. einde Aan het slot van de film gaat de held dood. Tot slot van deze poëzieavond laten we u nog één gedicht horen.
4. als je alles in overweging neemt Ik heb de vlinder weer in de tuin gezet, waar hij per slot van rekening ook hoort.