slip

Vertalingen

slip

Rockschoßbriefs, slippan, slip, dérapage, basquemutandeslip (slɪp)
zelfstandig naamwoord meervoud -s, -pen
1. kort, strak onderbroekje zonder pijpen damesslips
2. punt van een stof die naar beneden hangt Een slip van zijn jacquet zat tussen de deur van de auto.
3. (van een auto of motor) slippen