slap

Thesaurus
Vertalingen

slap

flach, flau, platt, träge, lockerflat, flabby, flaccid, hokey, weak, slackplat, faible, lâche, mou/mol/molle, aplati, desserré, vague, d'une façon insignifiante, insignifiant, léger/légère, souple, atone, inerte, détenduمُتْوَانvolnýslapμπόσικοςflojolöysämlohavlento緩い느슨한slakkospałyfrouxoпровисшийslappหย่อนgevşeklỏng松弛的 (slɑp)
bijvoeglijk naamwoord
1. stijf niet gespannen of stijf Er is geen wind. De vlaggen hangen slap.
2. zonder lichamelijke kracht je slap voelen
handdruk zonder kracht
3. (van dranken) met veel water slappe koffie
4. (van uitingen) met weinig inhoud slappe praatjes