slang

Thesaurus
Vertalingen

slang

Schlange, Slang, Gaunersprache, Schlauchsnake, serpent, hose, slangserpent, argot, tuyau, argot [langue], reptileφίδι, Όφις, αργκόserpiente, argot, culebra, jergaзмея, сленгserpente, gergoثُعْبَان, عَامِّيَةhad, slangslang, slangekäärme, slangisleng, zmijaヘビ, 俗語뱀, 속어slang, slangeslang, wążcalão, cobra, gíriaorm, slangงู, ภาษาสแลงargo, yılancon rắn, tiếng lóng俚语, (slɑŋ)
zelfstandig naamwoord meervoud -en
1. heel lang en smal dier dat over de grond kronkelt giftige slangen
2. buigzame buis van soepel materiaal waar een vloeistof of gas doorheen kan tuinslang