ski

Vertalingen

ski

Schi, Skiskiski, plancheمُزَحْلِقlyžeskiσκιesquísuksiskijesciスキー스키skinartaesqui, esquíлыжиskidaแคร่เลื่อนยาวติดกับรองเท้าใช้เล่นหิมะkayakván trượt tuyết滑雪橇, 滑雪ски滑雪סקי (ski)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -'s
elk van de twee lange smalle latten waarmee je op sneeuw kunt glijden