Printer Friendly
Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary
1.780.309.685 Bezoekers.
forum mailing list For webmasters
?
New: Language forums
English
Dictionary
Español
Spanish
Dictionary
Deutsch
German
Dictionary
Français
French
Dictionary
Italiano
Italian
Dictionary
العربية
Arabic
Dictionary
中文简体
Chinese Simplified
Dictionary
Polski
Polish
Dictionary
Português
Portuguese
Dictionary
Nederlands
Dutch
Dictionary
Norsk
Norwegian
Dictionary
Ελληνική
Greek
Dictionary
Русский
Russian
Dictionary
Türkçe
Turkish
Dictionary
?

seizoen

0,06 sec.
seizoen
zn onz seizoen (-en mv) [sɛiˈzun]
1 elk van de periodes van drie maanden in een jaar: lente, zomer, herfst, winter;= jaargetijde
2 deel van een jaar met een bepaald kenmerk of bepaalde bestemming
toeristenseizoen
jachtseizoen
Vertalingen
seizoen season
seizoen saison
seizoen εποχή
seizoen موسم
seizoen roční období
seizoen årstid
seizoen estación
seizoen vuodenaika
seizoen sezona
seizoen stagione
seizoen 季節
seizoen 계절
seizoen årstid
seizoen pora roku
seizoen säsong
seizoen ฤดู
seizoen mevsim
seizoen mùa
seizoen 季节


Voeg toe aan iGoogle
Gratis Website inhoud – Webmaster tools

?Pagina hulpmiddelen
Printer vriendelijke
Citeer / link
E-mail
Feedback
 Woord Browser:
?

Disclaimer | Privacy policy | Feedback | Copyright © 2009 Farlex, Inc.
Alle inhoud van deze website, met inbegrip van woordenboeken, thesauri, literatuur, geografie, en andere referentie-gegevens is alleen voor informatieve doeleinden. Deze informatie moet niet worden beschouwd als volledig, up-to-date, en is niet bedoeld om gebruikt te worden in plaats van een bezoek, raadpleging, of adviezen van juridische, medische, of een andere professioneel. Voorwaarden voor gebruik.