schuif

Vertalingen

schuif

Klappe, Verschlußvalve, bolt, slideabattant, glissière, trappevalvola (sxœyf)
zelfstandig naamwoord meervoud schuiven
1. ijzeren staaf waarmee je een deur of raam kunt afsluiten de schuif op de schuurdeur doen
2. lade in een kast of bureau in de onderste schuif links