schouwspel

Thesaurus

schouwspel:

toneelstukspektakelstuk, spektakel,
Vertalingen

schouwspel

Anblick, Ansicht, Spektakel, Übersichtspectacle, show, view, playspectacle, vue光景spettacoloמחזהespectáculoمشهدспектакълθέαμα (ˈsxɑuspəl)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
niet alledaagse gebeurtenis die mooi is om te zien De intocht van Sinterklaas levert in ons dorp elk jaar een fraai schouwspel op.