schoon

Vertalingen

schoon

sauber, blank, hübsch, rein, reinlich, schönclean, beautiful, fine, handsome, lovely, purepropre, beau, pur, beau/bel/belle, bien, de façon à être propre, net, net/nette, blanc/blancheчистыйforbire, lindo, lustrare, pulitoنَظِيفčistýrenκαθαρόςlimpiopuhdasčist清潔な깨끗한renczystylimpo, limparrenสะอาดtemizsạch sẽ清洁的 (sxon)
bijvoeglijk naamwoord
1. niet vies schone lakens op het bed leggen
heel erg schoon
brandstof voor motorvoertuigen die relatief weinig luchtverontreiniging veroorzaakt
2. mooi de schone slaapster
3. (iets) ergerlijk vinden en het niet meer willen