| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.782.113.933 Bezoekers. |
|
schok |
0,02 sec. |
|
schok zn m schok (-ken mv) [sxɔk]
1 plotselinge, hevige beweging aardschokken schokbrekers 2 wat je voelt als er een elektrische stroom door je lichaam gaat een schok krijgen 3 onverwachte, hevige emotie;= schrik Dat hij na tien jaar huwelijk ineens homoseksueel bleek te zijn, was voor zijn vrouw nogal een schok. Vertalingen schok choc, décharge, percussion, ébranlement, impact, secousse Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|