schoen

Vertalingen

schoen

Schuhshoe, bootchaussure, soulier, pompezapatoscarpaحِذاءbotaskoπαπούτσιkenkäcipela구두skobutsapatoтуфляskoรองเท้าayakkabıgiày鞋子, обувки (sxun)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
wat je draagt aan een voet als je buiten loopt kinderschoen sportschoen
beweren dat iemand iets heeft gedaan, heeft gezegd of vindt
<als kind 's avonds in de dagen voor het Sinterklaasfeest> een schoen bij de kachel plaatsen in de hoop dat Sinterklaas er een cadeautje in zal doen