schip

Vertalingen

schip

Schiff, Handwerkship, vessel, boat, craftnavire, bateau, nef, vaisseau, métierναυς, πλοίο, χειροτεχνίαnave, barco, embarcación, oficionave, velivoli e imbarcazioninavio, artesanatoкорабль, судно, транспортسَفِينَة, مَرْكَبletoun, loďhåndværk, skibkäsityö, laivabrod, plovilo熟練職業, 船공예, 선박håndverk, skiprzemiosło, statekfartyg, hantverkเรือ, ยานพาหนะel sanatı, gemicon tàu, tàu, 工艺кораб (sxɪp)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud schepen
vervoermiddel waarmee je kunt varen passagiersschip zeeschepen
financieel nadeel ondervinden Ze zijn voor een paar duizend euro het schip ingegaan.
rommel uit het verleden opruimen om opnieuw te kunnen beginnen
zorgen dat je niet terug kunt naar je oude omgeving