| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.758.886.815 Bezoekers. |
|
schip |
0,01 sec. |
|
schip zn onz schip (schepen mv) [sxɪp] vervoermiddel waarmee je kunt varen;= grote boot
passagiersschip zeeschepen het schip in gaan financieel nadeel ondervinden Ze zijn voor een paar duizend euro het schip ingegaan. schoon schip maken rommel uit het verleden opruimen om opnieuw te kunnen beginnenalle schepen achter je verbranden zorgen dat je niet terug kunt naar je oude omgeving Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|