schijnen

Thesaurus

schijnen:

stralen
Vertalingen

schijnen

leuchten, scheinen, blinken, glänzen, schimmern, strahlenseem, shine, appear, appeartobe, purportbriller, luire, paraître, sembler, être lumineux, transparaître, donnersplendere, brillare, sembrareيَبْدو, يَلْمَعُzářit, zdát seskinne, synesλάμπω, φαίνομαιparecer, relucirkiiltää, vaikuttaa joltakinčiniti se, svijetlitiように思われる, 光る보이다, 빛나다skinne, syneswydać się, zaświecićbrilhar, parecerказаться, светитьskina, verkaดูเหมือน, ทำให้ส่องแสงgörünmek, parlamakchiếu sáng, dường như似乎, 闪亮 (ˈsxɛinə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd scheen , voltooid deelwoord heeft geschenen
1. licht geven De zon schijnt. Die lamp schijnt hinderlijk in mijn gezicht.
2. lijken te zijn, zonder dat je weet of het zo is Zij schijnt pas achttien jaar oud te zijn. Er schijnt hier vroeger een Romeinse tolweg gelopen te hebben.