schat

Vertalingen

schat

Schatz, Tresortreasure, darling, sweetheart, cutie, dote, lovetrésor, cassette, chéri/chérie, fortune, amour, richesse, cher/chèretesoroكَنْزpokladskatθησαυρόςaarreblagotesoro財宝보물skattskarbtesouroсокровищеskattสมบัติdefinekho báu财宝 (sxɑt)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -ten
1. grote verzameling kostbaarheden
veel geld verdienen met...
veel informatie
2. <woord waarmee je iemand aanspreekt die je lief vindt> Lieve schat, ik kom vandaag wat later thuis.