schakel

Thesaurus

schakel:

schalm
Vertalingen

schakel

linkchaînon, lien, maillon (ˈsxakəl)
zelfstandig naamwoord meervoud -s
1. elk van de metalen ringen van een ketting schakelarmband
2. iets dat of iemand die de verbinding vormt tussen twee dingen De zwakke schakel in deze organisatie is de onderlinge communicatie.