| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.724.048.760 Bezoekers. |
|
schade |
0,01 sec. |
|
schade zn schade (-n, -s mv) [ˈsxadə] nadelig gevolg van een gebeurtenis
brandschade schadeclaim de schade herstellen De storm heeft een hoop schade aangericht. door schade en schande wijs worden door een vervelende ervaring of een teleurstelling iets leren Vertalingen schade dégât, dommage, mal, perte, préjudice, sinistre, dégat(s), dommage(s), lésion, tort, détriment schade compassione, compianto, peccato, danno schade ضرر schade újma schade skade schade βλάβη schade daño schade vaurio schade šteta schade 損傷 schade 손상 schade skade schade szkoda schade dano schade ущерб schade skada schade ความเสียหาย schade zarar schade thiệt hại schade 损害 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|