sappig

Vertalingen

sappig

Saft‐, saftigsucculent, juteux/-euse, savoureux/-euse, succulent [viande], truculent, juteuxsappysuculentošťavnaté (ˈsɑpəx)
bijvoeglijk naamwoord
1. (van een vrucht) met veel sap een sappige peer
2. (van een verhaal) met veel interessante details sappige verhalen over geheime ontmoetingen