| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.758.543.948 Bezoekers. |
|
samenwonen |
0,03 sec. |
|
samenwonen ww samenwonen (woonde samen enk ovt; heeft samengewoond volt deelw) [ˈsamə(n)wonə(n)] met elkaar een huis bewonen alsof je getrouwd bent
Met mijn eerste vriendin heb ik nooit samengewoond. Thesaurus samenwonen: samenwonend Vertalingen samenwonen cohabit, livetogether, accompany, live together samenwonen يعيش سوياً samenwonen žít spolu samenwonen leve sammen samenwonen zusammenleben samenwonen συγκατοικώ samenwonen convivir samenwonen asua yhdessä samenwonen vivre ensemble samenwonen živjeti zajedno samenwonen convivere samenwonen 同棲する samenwonen 함께 살다 samenwonen leve sammen samenwonen przeżyć razem samenwonen viver junto samenwonen сожительствовать samenwonen bo ihop samenwonen อยู่ด้วยกัน samenwonen birlikte yaşamak samenwonen sống chung samenwonen 同居 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|