samenleven

Thesaurus

samenleven:

samenwonendsamenwonen,
Vertalingen

samenleven

huddle, livetogetherKoexistenzсосуществованиеcoexistênciaالتعايشσυνύπαρξη共存共存koexistencesameksistens共存samexistens (ˈsamə(n)levə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd leefde samen , voltooid deelwoord heeft samengeleefd
als partners of gezinsleden samenwonen Dit jochie heeft nooit in een normaal gezinsverband met zijn ouders samengeleefd.