| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.780.426.716 Bezoekers. |
|
samenleven |
0,02 sec. |
|
samenleven ww samenleven (leefde samen enk ovt; heeft samengeleefd volt deelw) [ˈsamə(n)levə(n)] als partners of gezinsleden samenwonen
Dit jochie heeft nooit in een normaal gezinsverband met zijn ouders samengeleefd. Thesaurus samenleven: samenwonend, samenwonen Vertalingen samenleven huddle, livetogether Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|