ruzie

Vertalingen

ruzie

Streit, Fehde, Hader, Zank, Zwiespalt, Zwietracht, Zwist, Schrottquarrel, argument, row, do, scrapquerelle, dispute, brouille, dissension, bagarreجِدَال, شِجَار, عِرَاك, مُشَادَةhádkaklammeri, skænderiεπιχείρημα, καβγάς, τσακωμόςbronca, discusión, riñakiista, riitaprepirka, svađadiscussione, lite, litigioけんか, 口論, 喧嘩논쟁, 말다툼, 싸움diskusjon, krangel, sammenstøtbójka, kłótnia, spórbriga, discussão, disputa, rixaперебранка, скандал, ссораbråk, grälการโต้เถียง, การต่อสู้, การทะเลาะวิวาทkavga, tartışmacuộc cãi lộn, sự tranh cãi, sự tranh luận, vụ cãi nhau争吵, 争论, 吵架 (ˈryzi)
zelfstandig naamwoord vrouwelijk meervoud -s
toestand waarin mensen boos op elkaar zijn en vervelend tegen elkaar doen ruzie maken hooglopende ruzie burenruzie