rust

Thesaurus

rust:

stilte
Vertalingen

rust

Pause, Ruhe, Schweigen, Stille, Frieden, Halbzeitintermission, recess, rest, silence, break, calm, calmness, composure, pause, quiet, quietness, repose, peace, RIP, half-timerepos, pause, trêve, calme, tranquillité, mi-temps [sport], aise, douceur, paix, placidité, répit, sérénité, mi-tempsrepouso, meio tempointerruzione, intervalloنِصْفُ الوَقْتpoločashalvlegημίχρονοdescanso, media jornadapuoliaikapoluvrijemeハーフタイム경기 중의 중간 휴식pause halvveispołowa gryперерыв между таймамиhalvtidครึ่งเวลาdevre arasıgiờ giải lao中场休息 (rʏst)
zelfstandig naamwoord meervoud
1. onrust toestand zonder activiteit In het klooster heerst een weldadige rust.
iemand niet storen of lastigvallen
het niet aanraken
2. pauze tijdens een sportwedstrijd Bij de rust was het 2-0.