rotzak

Thesaurus
Vertalingen

rotzak

Bandit, Canaille, Kanaille, Schuft, Schurkescoundrel, roguecanaille, gredin, salaud, salope, fumier, pourriturefurfante, mascalzone (ˈrɔtsɑk)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -ken
ongunstig <scheldwoord>