rot

Vertalingen

rot

(rɔt)
zelfstandig naamwoord
iemand met veel ervaring op een bepaald gebied

rot

faul, faulig, Ratte, Rotte, verfaultrotten, rat, addled, bad, gang, squad, uglycompagnie, mauvais, rat, pourri, sale, vachemostruoso, putrido, marcioعَفِنshnilýråddenσάπιοςpodridomätätruo腐った썩은råttenzgniłypodreгнилойruttenเน่าเปื่อยçürümüşbị thối rữa腐烂的, гниене (rɔt)
bijvoeglijk naamwoord
1. (van voedsel) bedorven en daardoor niet meer eetbaar een appel met rotte plekken
2. vervelend je rot voelen
je heel erg schamen