rondneuzen

Thesaurus

rondneuzen:

struinenrondscharrelen,
Vertalingen

rondneuzen

fouiner, fureter (dans) (ˈrɔntnøzə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd neusde rond , voltooid deelwoord heeft rondgeneusd
op een nieuwsgierige manier rondkijken