romp

Vertalingen

romp

Baumstamm, Körper, Leib, Stamm, Strunk, Torso, Schiffskörperhull, body, stem, trunk, chest, torsotorse, tronc, corps, carcasse, coque [avion], coquepecho, casco, vainatorso, scafoجِسْمُ السَّفِينَةُtrupskrogκύτοςlaivan runkotrup船体선체skrogkadłubcasco de barcoкорпусskrovตัวเรือgemi teknesithân tàu船体, 赫尔赫爾 (rɔmp)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
1. deel van een lichaam zonder hoofd, armen en benen een gespierde romp
2. deel van een voorwerp zonder uitsteeksels de romp van een schip