| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.780.871.427 Bezoekers. |
|
roken |
0,02 sec. |
|
roken ww roken (rookte enk ovt; heeft gerookt volt deelw) [ˈrokə(n)]
1 (van een vuur) rook afgeven Het kampvuur brandde nauwelijks, het rookte alleen maar. 2 (voedingsmiddelen) door de rook van een houtvuur langer houdbaar maken paling roken gerookt spek 3 tabak of andere drugs gebruiken door de rook ervan in te ademen Zij rookt al sinds haar twaalfde. een sigaar roken roken als een ketter de gewoonte hebben erg veel sigaretten te roken Vertalingen roken fumer, fumer des aliments roken fumar roken курить, дымить(ся), курение roken kouření, kouřit roken ryge, rygning roken savuta, tupakointi roken pušenje, pušiti roken 喫煙, 煙を出す roken 연기를 뿜다, 흡연 roken röka, rökning roken การสูบบุหรี่, สูบ roken sigara içmek, tüten roken bốc khói, sự hút thuốc Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|