roer

Thesaurus

roer:

stuurroer
Vertalingen

roer

Ruder, Büchse, Flinte, Gewehr, Lenkrad, Rohr, Röhre, Ruhr, Schießgewehr, Schlauch, Steuerhelm, gun, rifle, rudder, barrel, channel, handlebars, pipe, Ruhr, tubegouvernail, fusil, tube, tuyau, gouvernecarabina, fucileπηδάλιοsterKormidloラダーהגה כיווןRorрульtimónleme (rur)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -en
stuur van een boot aan het roer staan
het helemaal anders gaan doen