roddelen

(doorverwezen van roddelde)
Vertalingen

roddelen

afterreden, anschwärzen, fälschlich beschuldigen, verleumden, schwatzenslander, gossipcalomnier, diffamer, cancaner, salir, faire des ragots (sur), commérer, causercalunniare, spettegolareيَنْهَمِكُ في القِيلِ والقَالklábositsludre medκουτσομπολεύωchismorrear, cotillearjuorutatračatiうわさ話をする수군거리다sladreoplotkowaćfofocarсплетничатьskvallraนินทาdedikodu yapmakbuôn chuyện说闲话 (ˈrɔdələ(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd roddelde , voltooid deelwoord heeft geroddeld
praten over anderen, vooral op een vervelende manier Ze hebben hier niks beters te doen dan de hele dag over elkaar roddelen.