rijkelijk

Thesaurus

rijkelijk:

ruimschoots
Vertalingen

rijkelijk

freigebig, im Überfluß, reichlichabundant, abundantly, generousabondamment, abondant, généreux, largement, copieusement, copieux/-euse, généreusement, généreux/-euse, trop, trop de, libéralement, amplementabundante (ˈrɛikələk)
bijwoord
in grote mate een rijkelijk versierde kathedraal De reisgids is rijkelijk voorzien van kaarten en foto's.