rijden

(doorverwezen van rijen)
Vertalingen

rijden

reiten, fahrenride, drive, travel, go, ridingaller, chevaucher, conduire, rouler, aller en véhicule, monter à bicyclette, monter à cheval, se déplacer, monter, patiner, piloter, qc), renverser (qn, transporter, marcher, équitationπηγαίνω, ιππασία, οδηγώandare a corsa, giro, equitazione, guidareرُكُوب, يَقُودُjízda na koni, říditkøre, ridningconducir, montaajaa, ratsastusjahanje, voziti乗馬, 運転する승마, 운전하다kjøre, ridningjadący konno, kierowaćconduzir, dirigir, equitaçãoводить, ездаköra, ridningการขี่ม้า, ขับata binme, sürmeklái xe, môn cưỡi ngựa驾驶, 骑术 (ˈrɛidə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd reed , voltooid deelwoord heeft, is gereden
1. voortbewegen op wielen langzaam rijden autorijden in twee dagen naar Madrid rijden
2. voortbewegen op een rijdier paardrijden Als kind heb ik wel eens op een olifant gereden in de dierentuin.