rekenen op

Vertalingen

rekenen op

يَعْتَمِدُ عَلَىpočítat s někým/něčímstole påzählen aufβασίζομαι σεcount oncontar conluottaa johonkincompter surračunati nacontare su・・・に頼る의지하다regne medliczyć nacontar comрассчитывать наräkna medพึ่งพาได้güvenmektrông cậy依靠 (ˈrekənə(n) ɔp)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd rekende op , voltooid deelwoord heeft gerekend op
bijna zeker weten dat (iets zal gebeuren) We rekenen vast op je komst. erop rekenen dat de prijzen zullen dalen