reis

Thesaurus

reis:

trektocht
Vertalingen

reis

Reise, Reis, Tour, Reisenjourney, voyage, trip, travel, tourvoyage, trajet, course, routeviagem, jornadaviaggio, itinerario, tratto, viaggio in macchinaرِحْلَةٌ, سَفَرcesta, cestovánírejseταξίδιtrayecto, viajematka, matkustusputovanje旅行여행reisepodróżпутешествиеresaการเดินทางseyahat, yolculukhành trình, sự đi lại旅行пътуване旅行 (rɛis)
zelfstandig naamwoord meervoud reizen
vrijwillige verplaatsing naar ergens anders dan waar je bent een verre reis maken een buitenlandse reis groepsreis zakenreis vakantiereis
een kaartje voor de reis ergens heen, zonder terugreis