razend

Vertalingen

razend

(ˈrazənt)
bijvoeglijk naamwoord
1. heel erg boos razend zijn op iemand
2. heel erg in een razend tempo

razend

rabid, madfuribond, énorme, énormement, enragé, enragé [chien], fou/fol/folle, furieusement, furieux/-euse, déchaîné, furieux (ˈrazənt)
bijwoord
heel erg het razend druk hebben