rand


Zoekopdrachten gerelateerd aan rand: Randstad
Thesaurus

rand:

zoom
Vertalingen

rand

Rand, Grat, Kante, Peripherie, Saumborder, edge, brim, brink, margin, rand, rim, edging, fringe, outskirts, peripherybord, lisière, rand, marge, encadrement, rand [monnaie], lèvre, rebord, bordure, ourlet, bourrelet, périphérielembo, bordo, margineحَافَّة, حافَّةokrajkantζάντα, παρυφήborde, filoreunarub端, 縁가장자리, 테두리kantkrawędź, obręczbeira, bordaкрай, ободkantขอบağız, sınırrìa, vành边缘 (rɑnt)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
1. deel langs de buitenkant van een gebied of een ding stoeprand een stuk blik met scherpe randen
2. bovenkant van een bak of vat tot de rand gevuld met soep
binnenkort meemaken dat... Het land staat op de rand van een burgeroorlog.
3. munteenheid in Zuid-Afrika vijfhonderd rand omwisselen in euro's