| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 3.898.275.138 Bezoekers. |
rijk |
0,03 sec. |
|
|
Rijk zn onz Rijk ( mv) [rɛik] overheid;= staat Dat is een zaak tussen de gemeenten en het Rijk. rijk1 zn onz rijk (-en mv) [rɛik] grondgebied van een staat het Turkse rijk het rijk alleen hebben alleen zijn en door niemand gehinderd worden rijk2 bn rijk [rɛik]
1 met veel meer bezit dan de meeste andere mensen;= vermogend; arm 2 met veel gebeurtenissen of details;= overvloedig Brussel is een stad met een rijke geschiedenis. rijk geïllustreerd slapend rijk worden rijk worden zonder er moeite voor te doen stinkend rijk erg rijk Vertalingen rijk ausgiebig, Kaiserreich, Kaisertum, reich, reichlich, Staat, vermögend, Reich, wohlhabend rijk abondant, empire, état, état politique, puissance, règne, riche, domaine, Etat (souverain), magnifique, richement, royaume, gras/grasse, somptueux, copieux, huppé, État, généreux, ample, large, plantureux, profus rijk rige, rig rijk imperio rijk valtakunta, rikas, varakas rijk ríki rijk rike, rik rijk αυτοκρατορία, ευκατάστατος, πλούσιος rijk rike, rik, velstående rijk bohatý rijk bogat rijk 富裕な, 金持ちの rijk 부유한 rijk bogaty rijk богатый rijk รวย, ร่ำรวยมั่งคั่ง rijk giàu có Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken |
|---|